Ons doel

Het doel van de aanscherping is het reduceren van de CO₂-uitstoot in Nederland. Per 1 januari 2015 is de EPC-eis aan de energieprestatie van gebouwen aangescherpt naar een EPC-eis van maximaal 0,4. Sinds 1 januari 2011 geldt voor nieuwbouw een EPC-grenswaarde van 0,6. Daarvoor was deze 0,8.

Energieprestaties van duurzame producten worden steeds belangrijker. Er zijn tal van overheidsinitiatieven en nieuwe wetgevingen die het gebruik van deze producten stimuleren. Ook de ontwikkelingen in de bouwwereld staan niet stil. Geregeld komen er innovatieve technieken en methoden op de markt. Om de energetische prestatie van nieuwe ontwikkelingen of producten die beter presteren dan de standaard forfaitaire waardes uit de norm aan te tonen, bestaat er de mogelijkheid dit te doen met gelijkwaardigheids- en/of kwaliteitsverklaringen.

Waarom een verklaring?

Voor nieuwbouw heeft de overheid in het Bouwbesluit vastgelegd aan welke energetische eisen een nieuw gebouw minimaal moet voldoen. Ze verwijst hierin naar de zogenaamde Energieprestatienorm NEN 7120. Deze norm bepaalt de berekening van de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC), die een maximale waarde mag hebben. Per 1 januari 2015 is de EPC-eis aan de energieprestatie van gebouwen aangescherpt en aangepast in het Bouwbesluit naar een EPC-eis van maximaal 0,4. De EPC geeft integraal de energiezuinigheid van een woning/woongebouw of utiliteitsgebouw aan. Dit gebeurt op basis van gebouweigenschappen, installaties en standaard gebruikersgedrag.

Het maakt hierbij niet uit welke energiebesparende maatregelen worden genomen, zolang de vereiste energieprestatie gerealiseerd wordt. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met de minimale eisen uit het Bouwbesluit. Daarnaast is in het Besluit Energieprestatie Gebouwen (BEG) geregeld dat bij verkoop of verhuur van bestaande gebouwen – utiliteitsgebouwen én woningen – een energielabel verplicht is. Bij de berekening van het energielabel of de Energie-Index van woningen mag er alleen van forfaitaire rekenwaarden afgeweken worden indien er een gecontroleerde verklaring is van het product of systeem. Erwin Janssen, Product Manager bij Nathan en daar onder andere verantwoordelijk voor gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen, vertelt ons meer: “Voor producten of systemen die beter presteren dan de forfaitaire waarde (standaardwaarde) in de norm óf innovaties die nog niet in de norm zijn opgenomen, doet een fabrikant er goed aan een gelijkwaardigheids- of een kwaliteitsverklaring te laten opstellen. Op die manier wordt er recht gedaan aan de energetische prestaties van het product en kan er een positievere bijdrage aan de energieprestatie van een gebouw geleverd worden.”

Het verschil tussen een gelijkwaardigheids- en een kwaliteitsverklaring lichten we hieronder toe.

Gelijkwaardigheidverklaring

In het Bouwbesluit bestaat de mogelijkheid innovatieve technieken en oplossingen toe te passen die niet in de bouwvoorschriften of aangewezen normen zijn opgenomen. Een onafhankelijke organisatie controleert of de door de fabrikant geclaimde prestatie, bijvoorbeeld op het gebied van energiezuinigheid, terecht is. Indien dat het geval is krijgt de fabrikant een gelijkwaardigheidsverklaring die aangeeft dat het product tenminste gelijk of zelfs beter presteert dan de bestaande norm. Zo kunnen fabrikanten innovaties toch laten waarderen.

Kwaliteitsverklaring

Naast een gelijkwaardigheidsverklaring bestaat er ook een kwaliteitsverklaring. Een kwaliteitsverklaring is een verklaring van de energieprestatie van een product of systeem dat eigenschappen heeft die wel bepaald zijn in een algemeen aanvaarde norm, bijvoorbeeld de Energieprestatienorm. Als de energieprestatie van een product beter is dan de forfaitaire waarde (standaardwaarde) in de norm, dan kan dit vastgelegd worden in een kwaliteitsverklaring. Warmtepompen die in Nederland in de nieuwbouw worden toegepast, zijn qua prestatie ingeschaald op een relatief lage forfaitaire waarde in de daarvoor geldende regelgeving. Door middel van een kwaliteits- of gelijkwaardigheidsverklaring van een onafhankelijke organisatie kan aangetoond worden dat de prestaties van de betreffende warmtepomp(en) boven de forfaitaire waarde liggen.